Waarom het zo belangrijk is om met je kind te praten
“Goedemorgen, Antek,” begroet je hartelijk je zoontje van tien dagen oud. “Wat ben je toch een mooi jongetje!” En dan zeg je: “Je bent vast nat. We doen zo meteen een schone luier om.” Je verschoont je kleintje en vraagt weer: “En? Beter, hè? Nu lig je vast lekkerder.”
En dan schiet er een gedachte door je hoofd: “Gek eigenlijk om zo te praten. Antek begrijpt me toch niet. Hij kent nog geen enkel woord.”
Nou, misschien kent Antek nog geen enkel woord, maar hij hoort wel het ritme en de intonatie van je stem. Je verspilt je tijd niet. Hij luistert heel aandachtig naar je. En of hij het nu begrijpt of niet, het is belangrijk om tegen hem te praten, want alleen dan ontwikkelt hij zich zoals het hoort. Onderzoek na onderzoek laat zien dat het latere IQ van een kind direct samenhangt met hoe vaak er in de eerste levensfase tegen hem gepraat is. Antek wijst iets aan met zijn vingertje, in zijn eigen geheime taal. Jij antwoordt. En zo begint een “gesprek” dat zich later terugbetaalt.
De psychologen Betty Hart en Todd Risley van de Universiteit van Kansas onderzochten wat zulke gesprekken opleveren. De leden van de onderzoeksgroep bezochten de gezinnen elke maand en namen op wat ouders, broers en zussen en grootouders tegen de kinderen zeiden en hoe ze dat deden. De resultaten waren duidelijk. Hoe vaker er met de kinderen gepraat werd, hoe rijker de woordenschat van het kind op driejarige leeftijd was en hoe hoger zijn IQ. Deze kinderen waren in hun ontwikkeling hun leeftijdsgenootjes, aan wie volwassenen minder tijd besteedden, ver vooruit, en dat gold zowel voor de periode voor als na hun derde verjaardag.
Praten met kinderen
Hoor jij bij de mensen die zich wat ongemakkelijk voelen als ze met kinderen praten? Of ben je van nature gewoon niet zo spraakzaam? Nu weet je hoe enorm belangrijk praten met kinderen is, dus moet je zo snel mogelijk over je drempel heen stappen en je kleintje vaker aanspreken. Hier zijn een paar tips om je eigen grenzen te overwinnen:
BLIJF JEZELF – ook al laten sommige onderzoeken zien dat hoog “moedertaaltje” een gunstig effect heeft op de cognitieve ontwikkeling van een kind, praat gewoon op een normale toon tegen je kleintje. Maak je niet druk als het je wat moeite kost of als je je er ongemakkelijk bij voelt. Zelfs een stuntelig gesprek is meer waard dan helemaal geen gesprek.
PRAAT TUSSENDOOR – als je je kind voedt, in bad doet of aankleedt, vertel dan bij elke stap wat je doet. Zeg bijvoorbeeld: “Nu doen we sokjes aan die mooie voetjes. En zo meteen trekken we je broek aan!” Probeer zo alles te beschrijven wat jullie samen doen.
GEBRUIK BOEKJES OM HET IJS TE BREKEN – wijs plaatjes aan en vertel wat je ziet. Let niet op de tekst, die is nu nog niet belangrijk. Kleurrijke tijdschriften werken net zo goed.
WEES NIEUWSGIERIG – stel altijd vragen: “Heb je lekker geslapen?” “Waar is je knuffelbeer?” “Heb je zin in
iets te eten?” Je kind zal zeker niet met woorden antwoorden, maar misschien begrijpen jullie elkaar met gebaren of gezichtsuitdrukkingen.
KIES EEN PRAATJESMAKER – als je een oppas kiest bij wie je kind een deel van de dag doorbrengt, probeer dan iemand te vinden die graag en veel praat, vooral als je zelf geen prater bent.
In gesprekken met kinderen gaat het niet alleen om het aantal woorden. Wat vooral telt, zijn de zinnen die direct tot het kind gericht zijn of die een antwoord zijn op zijn gebaren of handelingen. Kinderen van ouders die vaak reageren op de geheime taal van hun kleintje, ontwikkelen zich het best. Die ouders zeggen bijvoorbeeld: “Ja, Antek, dat is jouw knuffelbeer! Daar is de beer! Wil je dat ik je beer pak?” of: “Vind je het sapje lekker, Antek? Wil je nog meer sap?” Belangrijk is ook hoe vaak ouders hun kleintje bij zijn naam noemen en hoe vaak ze die herhalen.
Hart en Risley ontdekten ook – wat waarschijnlijk niemand verbaasde – dat kinderen sneller leren naarmate hun ouders meer verschillende woorden gebruiken. Het best doen het kleintjes van wie de ouders een heel scala aan werkwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden gebruiken. Kortom: ouders die de volle rijkdom van de taal gebruiken, zich niet beperken tot kindertaal, maar hele zinnen maken, dingen beschrijven en met woorden een beeld van de wereld schilderen. Ze richten zich daarbij meestal rechtstreeks tot hun kinderen en praten niet alleen terloops tegen hen. Een moeder die alleen in het bijzijn van haar kind met een vriendin praat, zal zeker niet dezelfde resultaten bereiken.
De ouders van de kinderen met de grootste woordenschat begonnen direct na de geboorte met hen te praten. De betekenis van wat ze zeiden, deed er daarbij niet toe; in het begin luisterde de pasgeborene alleen naar de melodie van de woorden en leerde hij hoe andere mensen zoals hij met elkaar communiceren.
Positieve boodschappen hadden een sterker effect dan negatieve. “Super, Antek! Je hebt al je sap opgedronken!” levert voor de latere ontwikkeling een veel beter resultaat op dan bijvoorbeeld “Laat dat liggen!”. De onderzoekers stelden vast dat in gezinnen met een lage score op de woordenschattest “Nee!” en “Dat mag niet!” de woorden waren die het vaakst werden herhaald.
De sleutel tot succes bij de ontwikkeling van de spraak is herhaling, zoals een van de experts op dit gebied zei. Kijk je dus in de richting waarin Antek met zijn vingertje wijst, zeg dan: “Ja! Dat is een brandweerauto! Jouw brandweerauto! Antek wil de brandweerauto!” Herhaal het tot vervelens toe en spreek de klanken altijd zorgvuldig uit, zodat Antek het woord aan zijn woordenschat kan toevoegen. Net zo: als Jerzyk iets met zijn vingertje aanwijst, herhaal dan zijn gebaar, zodat hij merkt dat mensen ook met gebaren hun behoeften en gedachten laten weten. “Spiegelen” is een onderdeel van herhalen, dus doe de gebaren en gezichtjes van je kleintje getrouw na en laat hem zo merken dat zijn signalen goed zijn ontvangen. Door dezelfde gezichtsuitdrukking aan te nemen, laat je je kind zien wie het is, hoe het eruitziet, wat het doet en zelfs wat het voelt.
Ook de toon van je stem brengt informatie over. Een onderzoeker heeft aangetoond dat een kind in huilen uitbarst als een ouder wel naar hem glimlacht, maar iets op een bitse toon zegt. En omgekeerd: als een ouder dreigend kijkt, maar met een sussende, rustige stem praat, kalmeert het kleintje.
Zowel woorden als gebaren bevorderen de communicatie tussen ouder en kind. Je kind brengt daarin zijn eigen geheime taal in, die het uitdrukt met gebaren, gezichtsuitdrukkingen en aanwijzen. Zo probeert het je te bereiken en je zijn standpunt uit te leggen. Geef je kleintje de woorden die het nodig heeft voor zijn ontwikkeling. En het allerbelangrijkste: luister heel aandachtig naar wat je kind je wil vertellen. Niet alleen met je oren, maar ook met je ogen, je neus, je ouderlijke instinct, met een open hart en een open geest. Luister en hoor alles wat je kleintje je wil “zeggen”.
Emilia Adamczyk